Deze pagina dient om de Latijnse termen te begrijpen van courant aangevraagde labotesten.

Belangrijke opmerking vooraf:

Laboresultaten interpreteren is geen gemakkelijke zaak, vaak moet het totaalplaatje bekeken worden van verschillende testen. Een afwijkend resultaat voor één test heeft soms weinig betekenis.
Anderzijds is het ook zo dat niet elke ziekte zichtbaar is in een bloedonderzoek.
Een laboresultaat moet steeds bekeken worden in relatie tot het klinisch beeld van de patiënt.

HAEMATOLOGIE: Testen in verband met de soorten bloedcellen en de aanmaak ervan
Sedimentatie: de sedimentatie stijgt bij alle vormen van ontstekingen (bv. verkoudheden,  reuma, ontsteking van de ingewanden, grieptoestanden) en kwaadaardige tumoren.
Erythrocyten (RBC): dat zijn de rode bloedcellen; deze dalen bij bloedarmoede.
Hemoglobine: is een stof in de rode bloedcellen die de zuurstof vervoert en aan de huid de        roze kleur geeft. Hemoglobine is de belangrijkste test om bloedarmoede op te sporen.
Leucocyten: dat zijn de witte bloedcellen; ze staan in voor de verdediging tegen microben.
Leucocytaire formule: dat zijn de vijf soorten witte bloedcellen (uitgedrukt in procent)
Thrombocyten: dat zijn de bloedplaatjes, die staan in voor bloedstolling.
Ijzer: ijzer is nodig voor de aanmaak van hemoglobine, en daalt bij bloedarmoede en bij ontstekingen.
Ferritine: is ijzer gebonden aan een eiwit, opgeslagen in lever, milt, beenmerg en darm. Het is de ijzerreserve in ons lichaam.
Vitamine B12 en Foliumzuur: zijn bouwstoffen voor de aanmaak van rode bloedcellen en hemoglobine.

DIABETOLOGIE: Testen in verband met suikerziekte (Diabetes)
Glucose:  is het aantal milligram suiker in uw bloed op het ogenblik van de bloedafname.
HbA1C: is een eiwit dat stijgt als het suiker in het bloed dag en de nacht gemiddeld te hoog staat. Het geeft een beeld hoe uw suikergehalte de laatste drie maanden geregeld is.

NIERFUNCTIE:
Creatinine: een afvalstof die zich stilaan ophoopt in het bloed bij verminderde nierfiltering.
Urinezuur: kan stijgen bij te hoog cholesterolgehalte, te vetrijke voeding, te hoog alcoholverbruik, overgewicht en vooral bij personen met een erfelijke aanleg voor jicht (de “kozijntjes”).

ONCOLOGIE: testen in verband met kanker van bepaalde organen.
P.S.A. (Prostaat Specifiek Antigeen) kan stijgen door prostaatkanker, door een ontsteking van prostaat en ook bij prostaatvergroting bij oudere mannen.

LIPIDEN:  de verschillende soorten vetten.
Cholesterol totaal: cholesterol kleeft aan de slagaderwanden en veroorzaakt slagaderverkalking. Cholesterol komt deels uit de voeding (dierlijk vet) maar wordt vooral aangemaakt door de lever.
LDL-cholesterol: dat is de “slechte” cholesterol, dus hoe lager hoe beter.
HDL-cholesterol: dat is de “goede” cholesterol, dus hoe hoger hoe beter.
Triglyceriden: dat is een vetsoort die vooral stijgt bij te vetrijke voeding.

CRP: is een eiwit dat stijgt bij alle vormen van ontstekingen (goedaardige of kwaadaardige), zoals bv. bij reuma, darm- en luchtweginfecties, bij sommige tumoren…
CK: is een eiwit dat stijgt bij verhoogde spierbelasting, zoals bv. overtraining bij sportmensen, of bij spieraantasting door cholesterolmedicatie.

LEVER-GALWEGEN-PANCREAS:
AST, ALT, Alkalische Fosfatasen, γ-GT, Bilirubine: zijn allemaal levertesten. Al deze testen moeten in principe onder de maximum waarde liggen. Kleine schommelingen boven het maximum betekent daarom nog niet dat er een leverziekte aanwezig is.
Lipase (en Amylase): zijn pancreastesten.

IONOGRAM:
Dit zijn de elektrolyten (zouten, zoals natrium, kalium, chloriden,…) en elementaire deeltjes (magnesium, zink,…) die circuleren in de bloedbaan. Deze zijn o.a. belangrijk voor de vochtregeling van het lichaam en zijn nodig voor een goede werking van de enzymen (onze fabriekjes) en transport-eiwitten.

HORMONEN:
T.S.H.: is een schildkliertest
Als de T.S.H. gedaald is, wil dit zeggen dat de schildklier té veel hormonen produceert.
Als de T.S.H. gestegen is, wil dit zeggen dat de schildklier té weinig hormonen produceert.
Vrije T4 en Vrije T3: dat zijn de twee hormonen door de schildklier geproduceerd

VITAMINES:
Vitamine D:  regelt de niveaus van calcium en fosfaat in het bloed en in het bot (o.a. nodig bij osteoporose/botontkalking) en beïnvloedt ook het immuunsysteem.
Bij tekort is meer zonblootstelling en/of een supplement aan te raden. (bijv. D-cure, 1 ampule per maand of in de winter 1 ampule per 2 weken. D-cure is vrij verkrijgbaar in de apotheek.)